//header( 'Location: http://annemariemaes.net/' ) ; so-on.annemariemaes.net

so-on.annemariemaes.net

 

 

 

 

 

 

 

NEWS
WOMEN EMPOWERMENT AND ECO-TECHNOLOGICAL SOLUTIONS
BIO
INSTALLATIONS
PERFORMANCES
WORKSHOPS
BLOG : OPENGREENS.NET
TEXTS
LECTURES
STREAMING AUDIO
STREAMING VIDEO
UNAMAS ARCHIVES
LOOKINGGLASS ARCHIVES
UPGRADE!
sitemap
 
    
newsletter
   


 

BACK:
peopledatabase  

 
gesprek met fifteen.be
Stijn Van de Vyver/ 09-2002     print
 
Het people database archief is een interactief kunstproject van kunstenares Annemie Maes. Bezoekers kunnen de collectie polaraid negatieven doorzoeken en een reactie achterlaten. Het project was één van de laureaten in de dot culture 2002 wedstrijd van de Stichting voor Kunstpromotie.

Vormde Closed Circuits #2: soul movements de eerste aanzet tot de people database?

Op het internet vormde Closed Circuits#2 [soul mouvements] inderdaad de eerste aanzet voor tot wat later als het archief project PEOPLE DATABASE (buiten de Closed Circuits serie) is uitgegroeid. De letterlijke eerste aanzet voor de People Database was echter, heel fysiek, de BLIK. In 1997 verbleef ik een tijdje in Johannesburg waar ik geconfronteerd werd met de (post) apartheidsproblematiek. Gedurende mijn wandelingen door de stad bevond ik mij op een bepaald moment in een straat waar buiten, onder een parasol en tegen een handgeschilderde backdrop, een tiental pasfoto-fotografen aan het werk waren. Nadat ze hun Polaroid-foto gemaakt hadden wierpen ze de achterflap (waar de ontwikkelaar inzit, en die een soort van "negatief" vormt) op grond. Op dat "negatief" waren de afdrukken van de personen nog heel duidelijk zichtbaar als de foto pas genomen was. Bij het opdrogen begon deze afdruk in de zon echter stilaan te vervagen, maar wat eruit sprong en mij fixeerde was de blik van deze individuen die mij recht aankeek. Op dat moment voelde ik: hier moet ik iets mee doen. Vanaf toen ben ik de negatieven beginnen verzamelen. Dit heb ik een tweetal jaren voortgedaan, telkens als ik een tijdje in een of andere grootstad verbleef. Ik archiveerde de (gescande) fotoos in 'identiteits-boeken', een soort van anonieme 'mensen-'catalogi. De fotoos op zich (esthetisch gezien) waren zeker interessant, maar op dat ogenblik was ik helemaal gefascineerd door de persoon die achter de foto zat, en waar ik dus helemaal niets van wist of van kende, en waarschijnlijk nooit zou kennen. Die hardheid in die blik, ontdaan van alle emotie, trok mij aan. Die starende ogen, die een confrontatie met jezelf afdwingen. Toen heb ik besloten de fotoos als een spiegel voor te houden aan andere mensen. Ik was geinteresseerd in wat de fotoos zouden losmaken aan onderliggende gevoelens. Dus ben ik begonnen een parallel archief van reacties/reflecties op te zetten. Wat mij interesseert in dit experiment is het verwoorden van de persoonlijke beleving van een (kunst)werk. Onder welke vorm ook. Dit is meestal woord, maar kan evengoed klank of beeld zijn.

Was het internet, als organisch en globaal netwerk, een inspiratie voor (de structuur van) het people database project? Of liep je al langer rond met het concept en diende het internet zich aan als ideaal medium?

Het concept bestond dus al voor ik met internet bezig was. Ik ben eerst begonnen met een mail(post)netwerk uit te bouwen. Op alle mogelijke manieren verspreide ik fotocopies van mijn fotoos, en vroeg de mensen er op een persoonlijke manier op te reageren. Ik presenteerde het project People Database onder installatie-vorm. Op een rustig plekje in een tentoonstelling plaatste ik een bureau met mijn identiteits-boeken. Daar kon het publiek ter plaatse naast een foto een reactie neerschrijven. Een andere mogelijkheid was een fotocopie naar keuze mee naar huis te nemen en mij achteraf hun reflectie op te sturen. Op die manier legde ik de basis van het archief. In New York kwam het project, via doorgeven van copies, terecht in een dichters/schrijvers-kring. Vandaaruit kreeg ik (relatief) heel wat reacties, eerst per post, daarna per email. Aangezien het in het project om heel persoonlijke reflecties gaat, ondervond ik dat de participanten zich 'thuis' moeten voelen om een reactie te geven. Een tentoonstelling is dus wel goed om het project kenbaar te maken, maar het internet was als 'setting' veel idealer voor de participant om mee te werken. Het 'anonieme' en 'directe' aspect van het net spelen hierbij ook een grote rol. De mogelijkheid om zich te laten gaan zonder remmingen, het onderbewuste naar boven te laten komen in de participant zijn eigen vertrouwde omgeving. Dus besloot ik de fotoos op het net te zetten, en het project via dat medium verder uit te bouwen.

De eerste keer dat ik het archief bezocht, zag de interface er anders uit dan de huidige. Als ik me niet vergis, werkte je toen met drop-down menu's. Welke evolutie heeft de interface ondergaan? Wat ligt aan de basis van die evolutie: nieuwe technische mogelijkheden, een veranderde visie of nieuwe invalshoek op het project, ... ?

Toen ik besliste via het net te gaan werken volgde ik een cursus HTML. Omdat ik noch de middelen noch de kennis had een echte (technische) databank uit te bouwen, simuleerde ik die in html-pagina's met drop down menu's. Deze menu's gaven de bezoeker toch enige mogelijkheid om bepaalde zaken op te zoeken, brachten een bepaalde structuur in de site. De reacties van de participanten kwamen binnen via email onder vorm van anonieme reply-forms. Ik moest echter zelf de reacties telkens plaatsen op alle betrokken pagina's, wat op de duur veel werk werd en voor mezelf redelijk onoverzichtelijk was. Toen ik op een bepaald moment een positief antwoord kreeg op een subsidieaanvraag voor het project, heb ik dat bedragje, samen met mijn spaarcenten, geïnvesteerd in een nieuwe site. Ik wou de organische netwerkvorm en het door(bloot)geven van onderliggende informatie benadrukken. Daarvoor koos ik -als metafoor voor de interface- de gestileerde afbeelding van een neuron (met bewegende cellen op de achtergrond). Wat voor mij ook belangrijk was, was dat het project op het web een eigen leven kon gaan leiden, zonder mijn letterlijke tussenkomst. Een interactief netwerk, een flexibel organisme dat vanzelf groeit en constant in evolutie is. Daarom was het belangrijk een echte, technische databank in te bouwen. Op deze manier kunnen de bezoekers rechtstreeks reageren zonder mijn tussenkomst, en kunnen ze ook in het archief onder de bepaalde trefwoorden andere bijdragen opvragen. Alleen de foto, film- of klankbijdragen moeten nog handmatig toegevoegd worden aan de database.

Het gebruik van polaroid negatieven lijkt te passen in een trend om, niettegenstaande technische perfectie mogelijk is, bewust te werken met "technisch minderwaardig" (dit is zeker niet negatief bedoeld) materiaal. Ik denk bijvoorbeeld aan de bloei van lomo-fotografie, ascii-art en dergelijke. Hoe komt het dat de technische perfectie vaak vermeden wordt op het internet? Hebben we in de digitale, cleane wereld nood aan weerhaakjes?

De esthetische kwaliteit van deze foto's is voor mij persoonlijk een afspiegeling van verschillende aspecten binnen een 'identiteit'. Licht en donker, positief en negatief, open en gesloten. Wat belangrijk is binnen het project, is dat de kwaliteit van de fotoos maakt dat het afgebeelde individu gede-personaliseerd wordt, en verwordt tot een symbool dat fungeert als trigger voor de dieper liggende gevoelens van de participant. De fotoos fungeren als projectieschermen waarop de participant via vrije associatie en automatic writing zijn eigen realiteit, zijn verlangen, zijn herinnering kan afbeelden. Elke participant beleeft zijn eigen werkelijkheid in deze confrontatie. De 'slechte' kwaliteit draagt ertoe bij dat de participant gemakkelijker geconfronteerd wordt met zijn eigen gedachten en gevoelsuitingen. Er wordt een afstand geschapen tussen object en subject. Met technisch 'goede' fotoos zou -volgens mij- de reactie veel meer over het individu op de foto gaan, en minder over de participant zelf. In de laatste versie van de site heb ik daarom bewust gekozen om alle fotoos zwart/wit en op klein formaat af te beelden. Terwijl een groot deel van de fotoos origineel in kleur is, en uitvergroot zelfs zeer esthetische kwaliteiten heeft. Maar dan spreken we over een ander deel van het project People Database. Ik heb fotoos gepresenteerd in installatievorm op 1m60 groot. Dan krijg je een gans ander soort ervaring. Een toeschouwer wordt dan meer overdonderd door wat afgebeeld is, staat niet op hetzelfde niveau in de confrontatie en zal zijn eigen gevoelens minder vlug de vrije loop laten. Ook al door de 'traditionelere' setting van een 'tentoonstelling', waar de bezoeker al op voorhand heeft beslist iets te gaan 'bekijken'. Zo'n situatie is niet echt bevorderlijk voor het neerschrijven van een beleving. Op zich heeft de keuze van mijn basismateriaal dus niets met het vermijden van perfectie op het internet te maken. Alhoewel het inderdaad wel zo is dat de kunstenaars die digitale middelen gebruiken, foto of video of zelfs computeranimatie, meestal alle moeite doen om hun werk zo "echt" (kunstzinnig) mogelijk te laten schijnen. Of het nu getoont wordt op het internet of ergens anders, meestal gaan ze bepaalde digitale eigenschappen 'uitvergroten' om zo het 'cleane' te overschrijden en hun werk een eigen karakter mee te geven. Digitaal wordt in het professionele foto- en filmmilieu -als het op de textuur van het beeld aankomt- nog altijd als minderwaardig aanzien. Ik denk dat je deze problematiek niet terugvindt als je op het internet 't is eerder welke sexsite of commerciele site gaat bekijken. Het doel heiligt de middelen.

Je schuift een aantal velden naar voor waarbinnen je het people database project situeert. De problematiek van identiteit en individualiteit vind ik bijzonder intrigerend, vooral omdat je ieder individu als identiek voorstelt. Kan je nog eens toelichten hoe de identiteitsproblematiek aan bod komt?

Ik denk dat ik in mijn vorig antwoord hier al uitvoerig ben op ingegaan. Wat ik er nog wil aan toevoegen: via De Ander (hier vertegenwoordigd door een serie van identiek voorgestelde individuen die verworden tot symbolen) wil ik een zelf-representatie losweken bij de participant. In die zelf-representatie manifesteert de participant een stukje van zijn identiteit; of het nu een sociaal, psychologisch, politiek of filosofisch aspect is, in het beste geval licht hij een tipje van zijn sluier op. Dit klinkt misschien allemaal zwaar op de hand, maar in feite gaat het gewoon over het ervaren van simpele, menselijke gevoelens. Het laagje dat juist onder het oppervlak ligt, dat waar niet dagelijks, vrijelijk over gesproken wordt. De gedachten en ervaringen die de mensen meestal voor zich houden. De anderen even doen stilstaan door deze reacties naar buiten te gooien. Deze gevoelens kunnen in heel eenvoudige reacties tot uiting komen. Voorts gaat het project ook over vergankelijkheid en dood en leven. Aan de ene kant van het archief zijn er de personen op de fotoos. Die personen bestaan echt, maar hun beeltenis in het archief vervaagt stilaan, (zowel op het echte negatief als op het net) totdat er op het einde niets meer zal van overblijven. Maar wat er aan de andere kant uit geboren wordt, de verhalen van degene die bekeken en geraakt wordt, die gaan stilaan een eigen leven leiden. Als illustratie wil ik graag een reactie laten lezen van Kristin Prevallet, een New Yorkse schrijfster/dichteres die verschillende bijdragen geleverd heeft aan het People Database project:

"I am representing the person in this photograph. This person is not me, but looks like a person I might have seen somewhere. I can’t tell you exactly where I have seen this person. This person, since he or she is abstract, could be anyone. It could be you. You could be looking straight at me, and be deciding that you don’t like me anymore. You could be rolling your eyes, because having to hear about all of my travels around the world has bored you. You could be looking at me as if I reminded you of someone else. And your story, and all of your travels around the world, will come out. We could tell each other these stories, or we could keep them to ourselves. We could abstract them, because we know that representing another person is problematic. Problematic is a term I used to hear in school all the time. You can’t write about this, you can’t write about that. It is problematic to travel to a foreign country and represent, in any way, the people you meet there. If you do this, because you are Western, you are assuming the innate role as a colonizer. In order to avoid this, you must prob-le-mi-ti-ze your representation of another person. There is a politics to representation. Representation is political. In looking at this person’s face and telling their story, you are being political. The person is a real person. He or she had just gotten their passport photograph taken when you rescued the back flap out of the trash. Walking into the passport store, you probably passed the person. You probably passed all of the people whose passports you rescued from oblivion. Or rather, whose ghosts of passports you have rescued. This is a photograph of a ghost. It is not a real ghost, because this person is alive. It might be an aura, but it is not. It is a mixture of chemicals which have blended together to create these strange shapes. In some of the photographs the residue of the real person has survived. In others, the person has disappeared completely. You and I have traveled around the world, and we have both seen all of these people. Perhaps we have seen each other. Who knows. Perhaps we’ve only seen ghosts of ourselves. But that is boring to say. The world does not revolve around you and I. The world is all around us, and so are all the people."

De foto's lijken als tijdsfragmenten samengeplaatst. Je noemt het project ook een moment dat functioneert als een reeks geïsoleerde stills. In zekere zin vormt het project dan ook een bevraging van het begrip "real-time" in de huidige technologische maatschappij. In het werk van Paul Virilio komt die problematiek ook sterk naar voor, hij stelt de technologie verantwoordelijk voor het ontstaan van de-realisatie. Heb je voeling met dergelijke theoretici of ben je erdoor beïnvloed?

Ik ben niet tot in detail vertrouwd met de theoriën van Paul Virilio, en kan dus zeker niet zeggen dat ik er bewust door beïnvloed ben. De de-realisatie theorie van Virilio, in de zin van het vervagen van de afstand tussen de toeschouwer en het geobserveerde door middel van de technologie, zijn -denk ikniet toepasselijk op dit project. Door het uniforme van de aangeboden fotoos onstaat er juist een kloof tussen object en subject, die het observeren vergemkkelijkt. Het samenplaatsen van de fotoos als tijdsfragmenten benadrukt voor mij het verworden van de individuen tot symbolen. Of er nu een individu wordt voorgesteld uit Johannesburg, Brussel, New York, Parijs of Dakar, eigenlijk is er geen onderscheid meer. In feite zijn de figuren als persoon ge-derealiseerd, en vertegenwoordigen ze alleen nog de universele gevoelens die voor elk individu gelijk zijn. Dat voor de ene kant; de fotoos. Voor de andere kant; de reacties, is er natuurlijk wel een verschil. Daar zal elke participant gaan reageren vanuit zijn eigen realiteit. In die zin ben ik meer beïnvloed door de theoriën van Lacan. Waaruit bestaan die eigen realiteiten? Uit constant fluctuerende -door het individu zelf- gesimuleerde werelden die gevoed worden door zijn verlangen en fantasma's. En of die simulaties in Lacaniaanse zin samenvallen met de virtuele realiteiten in de theoriën van Virilio? Voor een stukje waarschijnlijk wel. Kwestie van het begrip real-time : daar wordt binnen dit project, ook op het net, geen beroep op gedaan. Zoals ik al eerder zei heb ik, gans in het begin van het project, wel geprobeerd de bezoekers 'on the spot' (op tentoonstellingen) te laten reageren, maar al heel vlug heb ik gezien dat dit niet de goede aanzet was voor een interessante interactie met het publiek. De vragen die in het project gesteld worden eisen tijd op voor een kritische reflectie. Het is een project dat werkt op lange termijn, geen instant spelletje op het internet. Op tentoonstellingen deel ik aan geïnteresseerden posters uit waar alle fotootjes en de URL opstaan. Als deze ergens thuis blijft liggen of hangen, werkt die na een tijdje wel onbewust in op de toeschouwer en geeft die dan uiteindelijk zijn reactie via het net, in alle beslotenheid van zijn eigen omgeving en op zijn eigen ritme.

De interactie met het publiek is essentieel en zeer verregaand in het project. Is het moeilijk om als kunstenaar je werk op die manier uit handen te geven? Of bekijk je het zo niet?

In het website onderdeel van het People Database project is de inbreng van het publiek absoluut essentieel. Het is het doel van het project, anders zou de site niet bestaan. Ik zie mezelf daar eerder in een functie van coördinator, die technisch alles regelt en aangeeft, en van moderator die het gesprek op gang houdt. Als moderator moet ik af en toe een input geven, al zou ik liever willen dat de site zich totaal op zichzelf voortontwikkelt. Maar aangezien er voor de participatie enige zelfreflectie nodig is, en moeite gedaan moet worden, staan de mensen niet echt te drummen om mee te werken. Misschien moet de structuur van de site toch nog iets veranderen om de participatie gemakkelijker en aantrekkelijker te maken? Suggesties? Ondertussen ben ik als kunstenaar nog met andere projecten bezig die door een publiek gewoon beleefd kunnen worden, zonder directe inbreng. Maar vanuit een vorig leven ben ik sowieso al tot samenwerkingen aangetrokken.

Als ik het goed begrijp verzamel je het materiaal voor het archief vooral aan fotohokjes. Wat was je eerste reactie toen je Le fabuleux destin d'Amélie Poulain zag? (Als je die film gezien hebt, tenminste.)

Mooi verhaaltje, maar ik voel er mij via mijn project niet echt bij betrokken. Als je over het uiten van gevoelens spreekt, geef mij dan maar een Godard ofzo. Jeunet vind ik meestal te afgelekt in zijn verhaal en vorm.

 

 
 

so-on --- koolmijnenkaai 30/34 --- 1080 brussels --- belgium
soon♥so-on.annemariemaes.net --- tel +32 2 410 9940